dinsdag 29 april 2014

Kosten en rendement goud en zilver

Om een zo hoog mogelijk rendement te kunnen halen, moeten de kosten zo laag mogelijk blijven. Bij goud en zilver zijn er enkele kostenposten, die het rendement en de keuze in wat wij willen kopen, beïnvloeden: de btw, productiekosten, btw heffing bij invoer, administratie- en verzendkosten. Tevens heb ik een rekenvoorbeeld bijgesloten om het maken van een keuze te vergemakkelijken.


BTW
Goud is vrijgesteld van btw, omdat het wordt aangemerkt als beleggingsgoud. Bij zilveren muntbaren en zilveren munten geldt een lagere btw, omdat deze worden verhandeld onder de margeregeling (er is slechts btw verschuldigd over de winstmarge van de verkoper in plaats van over de volledige verkoopwaarde). Dit scheelt dus aanzienlijk in de kosten, die anders niet zo snel terug te verdienen is. 

Productiekosten
Ook is de prijs inclusief de kosten om de baren of munten te maken. Deze productiekosten zorgen ervoor dat de baren in een klein gewicht relatief duur zijn. Het is mogelijk om bij goudbaren en zilveren muntbaren te besparen op deze kosten door de baren met een hoger gewicht te kiezen. Dit is echter niet gunstig voor onze flexibiliteit wanneer wij deze willen inwisselen. Bovendien zouden wij pas na lange tijd het geld bij elkaar hebben om te investeren, omdat wij het dan hebben over hogere investeringsbedragen.

BTW-heffing bij invoer
Zilveren muntbaren worden van buiten de EU ingevoerd. Verder is deze btw-heffing al in de verkoopprijs verwerkt. Wij hoeven deze heffing echter niet te betalen wanneer wij zilveren (munt)baren in het entrepot van de douane laten bewaren. Ook betalen wij geen reguliere btw, omdat de goederen in het entrepot blijven en niet worden ingevoerd. Het nadeel is echter dat wij de goederen niet fysiek in ons bezit hebben.

Administratie- en verzendkosten
Tot slot zijn er nog de administratie- en verzendkosten, die de verkopende partij hanteert. Aangezien elk bedrijf andere prijzen hanteert voor zowel de goederen als de administratie- en verzendkosten is het eenvoudiger om een vergelijking te maken in de prijzen door de verhoudingen te berekenen. 

Rekenvoorbeeld
Bij dit voorbeeld komt in beide situaties de totale investering uit op  535,-. Alleen zijn de kosten in situatie A 2,8% en in situatie B 1,9%. Hoe hoger de kosten zijn, hoe meer van uw rendement eraf wordt gesnoept. 





Dan rest nog de vraag: geven wij liever  535,- uit met 2,8% (15/535*100) of 1,9% (10/535*100) aan kosten? Dit is afhankelijk van het rendement, die wij kunnen halen. Stel, in de loop van de jaren stijgt de prijs naar  560,-. Aangezien het netto rendement (dit is minus de kosten) in situatie B hoger is (4,7%-1,9%) dan in situatie A (4,7%-2,8%), gaat in dit geval ons voorkeur uit naar situatie B.

Het rendement verandert echter met elke wijziging in de prijs, kosten of de uiteindelijke verkoopprijs na verloop van tijd. In de volgende tabel is juist in situatie A juist het beste rendement te behalen.



Aangezien de prijs elke dag verandert, is het belangrijk om elke investering goed door te rekenen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten